Van Schooten komt Denise tegen in de gang. “Denise, kan ik je even spreken? Kom je straks naar m’n kamer?”

Denise heeft geen idee waar het over gaat en maakt zich daar ook niet druk over. Zij vindt dat ze eerder een appeltje te schillen heeft met

hem, dan hij met haar.

“Hoe gaat het nu in ’t team?” opent van Schooten.
“Wel goed, maar het gaat langzaam en er liggen er een paar een beetje dwars”, antwoordt Denise. “Ik ben duidelijk en consequent, dus dat zal zeker effect hebben. De meesten begrijpen wat de bedoeling is en de veranderingen zijn al merkbaar. Vooral over de effectiviteit van de vergaderingen ben ik erg te spreken. Jij zal dat toch zeker ook wel merken.”

Van Schooten voelt zich ongemakkelijk. Het enthousiasme is groter dan waar hij op gerekend had. Hij voelt zich ongemakkelijk om daar een domper op te zetten.
“Dat is fijn, Denise. Goed werk. En hoe is het met de sfeer?”, vraagt hij voorzichtig.

“Prima! Alleen Julie lijkt problemen te hebben. Volgens mij saboteert ze.” zegt Denise.
“Nou, nou”, valt Van Schooten haar in de rede. “Dat is nogal wat om te zeggen, Denise. Julie werkt hier al lang en ik ben altijd tevreden over haar. Misschien kan ze niet zo snel als jij, heeft ze wat tijd nodig om met de veranderingen mee te kunnen.”

Van Schooten voelt zich zeer ongemakkelijk. Hij weet dat hij nu duidelijk moet zijn tegen Denise, maar hij is blij met de resultaten en wil Denise niet voor het hoofd stoten. Tegelijkertijd wil hij geen conflict met Julie. Hij kan goed met haar opschieten en ze is altijd loyaal naar hem.

“Misschien moet je wat geduld hebben. Misschien is het goed om haar eens apart te spreken en te vragen of er iets is wat ze anders zou willen.”, vervolgt hij.

“Of ze iets anders wil?!” reageert Denise geschokt. “Het gaat toch niet om haar!? We willen toch veranderingen in het team. En dat betekent toch dat alle teamleden ander gedrag gaan vertonen?”
“Zeker, Denise, zeker. Je reageert nogal heftig.”

Van Schooten schrikt een beetje van de reactie van Denise. Hij weet dat Julie heel rustig is en helemaal niet van stemverheffing of uitingen van irritatie houdt. Hij herkent dat wel. En ook dat het juist het temperamentverschil kan zijn dat de relatie tussen Julie en Denise lastig maakt.

“Geduld, daar bereik je het meeste mee,” vervolgt hij. “Denk erom, we zijn een team. De harmonie in het team draagt ook bij aan de nieuwe manier van werken.”

Denise hapt in gedachte naar adem. Daar gaan we, denkt ze. Hij wil niks doen. Hij gaat dwars liggen als ik Julie ga aanspreken. Ik moet goed nadenken over de volgende stap.

“Zeker, de teamverhoudingen zijn heel belangrijk. Alle neuzen dezelfde kant op. Die opdracht heb ik gekregen en daar sta ik voor. Wij allebei toch?”
Zonder het antwoord af te wachten vervolgt Denise: “Misschien is het een idee als jij Julie eens aanspreekt?”

Denise is benieuwd naar het antwoord. Gaat Van Schooten doen wat hij moet doen als leidinggevende? Wordt vervolgd.