Flexibel zijn betekent vrijheid. Vrijheid in denken, voelen en handelen. Maar hoe vrij ben je? Weet jij dat?

Hoe komt het dat een volwassen olifant zo braaf achter zijn baas aan loopt terwijl de olifant heel intelligent, heel sterk en bovendien enorm groot is? Hij hoeft voor niemand bang te zijn.
Het antwoord is: hij zit gevangen in zijn paradigma.

Het baby-olifantje krijgt een stevige ketting met een zware bal om zijn poot. Het leert daardoor, heel fysiek, dat hij niet weg kan lopen. Naarmate hij groter wordt, worden de ketting en de bal lichter gemaakt. De olifant blijft echter voelen dat zijn poot omsnoerd is. Door dat gevoel weet hij dat hij niet weg kan lopen.
Als de olifant volwassen is, is een dun touwtje voldoende om dat weten te activeren. Hij is gevangen in zijn paradigma.

Een paradigma is een set maatgevende regels hoe gedacht, gevoeld of gehandeld moet worden. Je leert met en door paradigma’s.
Paradigma’s worden hinderlijk wanneer je er in gevangen zit. Akelig is dat je je meestal niet bewust bent van het feit dat jouw manier van denken, voelen of van handelen een paradigma is.

Paradigma’s zijn behulpzaam als je kunt kiezen. Bewust kiezen vanuit welk paradigma je wat wilt denken of doen. Want kiezen en wisselen van paradigma is pure noodzaak.
Want wat in het ene paradigma volkomen duidelijk is, is in het andere volstrekt onzichtbaar.

Vanuit twee paradigma’s tegelijkertijd denken en doen is onmogelijk.
Hoe makkelijker je kunt wisselen, hoe makkelijker je kunt kiezen.

Dát maakt je tot een flexibel mens. En als je dan ook nog een beetje je best doet: tot een aangenaam mens.