‘Alle piloten moeten regelmatig een emotionele check krijgen’, hoor ik op de radio. Zeker, en geldt dat ook voor chirurgen en tandartsen? Die hebben allemaal van die enge tangen en messen. En straatwerkers, met die grote drilboren?

Mensen die emotioneel schade kunnen aanrichten, zoals leraren, huisartsen, kraamhulpen en bankdirecteuren lijken mij minstens ook in de risicogroep te zitten. Wie zit er eigenlijk niet in de risicogroep? Wij allemaal toch zeker!

Iedereen heeft zijn of haar pijnpunten, niet verwerkt verdriet, woede en frustratie. Het is niet voor niets dat het heerlijk is als iemand eens naar je luistert, een arm om je heen doet of begrijpt hoe frustrerend iets voor je is.

Voor mij is de grote vraag hoe het komt dat we er niet over praten. Wanneer zijn we zo bang geworden om zogenaamd kwetsbaar te zijn? Waar zijn we zo hard afgestraft voor het delen van dingen dat we ons mond zijn gaan houden?

Waarom moet er eerst iets ernstigs gebeuren voordat we ons mond open doen?
Als ik met mensen in gesprek kom, is er meestal al zo veel schade dat opruimen en herstellen heel veel tijd kost. De pijn is dan al groot en niet zo maar een, twee, drie verdwenen.
De meeste mensen wachten zo lang dat het opgebouwde dossier al klaar is, de scheiding al aangevraagd of een advocaat nodig omdat de mediator er ook niet uitkomt.

Dat hoeft niet. In veel gevallen, zo niet de meeste, kan dat voorkomen worden. Tijdig beginnen met praten. Het beste met degene die erbij betrokken is. Of met een derde die kan luisteren zonder te oordelen of partij te trekken. Of haal er een deskundige bij.

Een emotionele check-up voorkomt narigheid, van hele kleine tot desastreuze grote.