Pappie’ is de titel voor de man die mijn held is als ik jong ben. De man die alles kan, alles weet en onvoorwaardelijk van mij houdt. Ik leer alle belangrijke dingen voor mijn leven van hem.

Als ik naar school ga, leer ik lezen en schrijven en ik ben blij en trots dat ik iets leer dat hij al kan.

Wanneer het lente wordt, doen we een project over het voorjaar. Op een groot wit vel teken ik een ooievaar die ik opvul met kleine bolletjes crêpepapier. Met een potlood trek ik rechte lijntjes waar ik keurig mijn net geleerde woorden op schrijf. Als het klaar is, doet de juf er een oranje kartonnen kaft omheen.

‘Pappie, kijk eens wat ik gemaakt heb’, zeg ik trots. Ik kijk naar zijn gezicht en voel al bijna zijn tevreden en trotse blik over me heen gaan.
Hij slaat het oranje kaft open, kijkt en zegt met strenge stem: ‘Nestje is met een ‘t’, niet met een ‘d’.’

Ik schrik heel erg. Mijn wereld stort in. Hoe kan hij nou zoiets zeggen? Hoe kan hij zo afwijzend zijn? Ziet hij niet hoe ik mijn best gedaan heb? Hoe mooi alles op de lijntjes staat? Hoe zorgvuldig de ooievaar met crêpepapierbolletjes is volgeplakt? Ik word boos op mijn vader. Hij is mijn pappie niet meer. Ik weiger hem nog zo te noemen.

In de jaren die volgen, kolkt het in me als hij zegt: ‘Dat weet jij nog niet, daar ben je nog te klein voor.’ We krijgen vaak ruzie en ik haat hem als hij zegt: ‘Jij bent nog niet droog achter je oren.’ Jarenlang heb ik zelfs gedacht dat ik letterlijk nog niet droog achter mijn oren was. En als ik het dan controleerde, leek het alsof ik zelfs voor die controle te jong was.

Ik kan die tekst van mijn vader in heel wat varianten horen. En zelfs als er niets gezegd wordt, hoor ik het toch.

Als ik eenentwintig ben, ga ik voor anderhalf jaar naar het buitenland. Voor het eerst in mijn leven bepaal ik zelf of ik ergens te jong voor ben of niet. De autoriteit van mijn vader geldt daar niet en ik voel me volwassen, vrij en autonoom.

Als ik terug ben in Nederland heb ik het idee dat ik inderdaad mijn vrijheid en autonomie heb bereikt.

Ik ben eind twintig en net voor mezelf begonnen in de public relations. De tekst die ik geschreven heb voor mijn brochure leg ik voor aan de man met wie ik met enige regelmaat een afspraak heb. Hij is gepensioneerd en stimuleert graag jonge mensen in hun vak ontwikkeling. Ik vind het reuze spannend want hij is een echte autoriteit in het vak en ik kan veel van hem leren. Hij heeft hetzelfde mooie witte haar dat mijn vader had. Hij zegt dat hij zich vereerd voelt en graag naar de tekst wil kijken.

Bij onze volgende afspraak heeft hij de tekst bij zich. Hij vertelt nog iets, terwijl ik op hete kolen zit en eigenlijk maar één ding wil weten: is hij enthousiast over wat ik geschreven heb?

Hij haalt het papier uit zijn binnenzak terwijl hij zegt dat hij er energie in heeft gestopt om het echt goed te bekijken. Ik zie alleen maar allemaal rode strepen en verbeteringen. Ik verkramp compleet, hoor niets en kan niet meer praten.

Lees dit voorwoord verder in ‘Kraak je eigen kramp – hervind je ware spirit en kracht’ en ontdek wat jouw bepalende gebeurtenis is en waarom.
Bestel het boek nu en krijg er een skype-sessie met mij gratis bij.

Meld je aan voor de boekpresentatie: http://www.paagman.nl/ingateekens