Een manager van begin veertig, Joost, is toe aan een stap in zijn carrière. Hij is tevreden over zichzelf en zijn carrière maar hij weet dat er toch iets dwars zit. Zo zeker en rustig als hij meestal is, zo anders is het als hij onvoorbereid met onbekende dingen geconfronteerd wordt.
Joost wil leren om in dat soort situatie heer en meester te zijn, zowel over zichzelf, als over zijn communicatie als over de sturing van het gesprek.

Training op maat
We spreken af dat Joost een individuele training gaat doen van drie dagen. De inhoud: de basisprincipes van communicatie, verdeling van aandacht, macht en ruimte. Manieren om die te sturen en te veranderen.
Als we elkaar ontmoeten valt me meteen op dat Joost een goed ontwikkeld reflectievermogen heeft. Hij is intelligent en neemt het gezegde makkelijk op. Op momenten dat hij zich blijkbaar ongemakkelijk voelt, heeft hij een soort grinnikje. Er valt niets te lachen en hij lacht ook niet. Op die momenten verandert zijn stem, worden zijn zinnen wat warrig en beweegt hij onnodig. Als ik er naar vraag, is hij het zich vaag bewust.

Model voor Persoonlijke Autonomie

Ik vertel hem wat het Model voor Persoonlijke Autonomie inhoudt. Het spreekt hem aan en hij kan zich voorstellen dat zijn onzekerheid een kramp is. We onderzoeken waar hij van schrikt en wat er dan gebeurt.
Door onvoorbereid geconfronteerd te worden met onbekende dingen, zoals een niet gepland gesprek met de voorzitter van de Raad van Bestuur, brengen hem direct in een worst case scenario. Hij voorziet enorme problemen met een dramatische afloop. Met zijn gezonde verstand weet hij dat het onzin is wat er door zijn hoofd gaat, maar hij verliest zijn zekerheid en klampt zich vast aan analyses en redeneringen die leiden tot discussie en soms zelfs tot conflict.

De dood
Het woord dood valt. Vooral de combinatie met de worst case scenario zorgt ervoor dat ik alert ben. Joost vindt het vervelend als ik het woord op de flipover noteer.
Als huiswerk krijgt hij de opdracht om na te denken over zijn hele vroeg jeugd. Wat zijn de verhalen, wat is daar gebeurd? Hij vraagt zich af of een verhaal wel waar is en of dat dan echt zo’n effect gehad kan hebben. Ik kan hem geruststellen. Als een verhaal waar is, dan reageert het lichaam heel expliciet.

Het verhaal
De volgende dag vertelt Joost dat hij zich een verhaal herinnert. Als baby zat hij op de arm van zijn moeder die zwanger was. Ze waren in het zwembad. Zijn moeder gleed uit en hij viel op de grond. Zijn moeder werd naar het ziekenhuis gebracht en hij bleef achter om door zijn vader opgehaald te worden. Joost vertelt het als een soort mededeling. Als ik emoties aan het verhaal toevoeg: en je zat veilig op de arm van je moeder en toen lag je plotseling pats of die harde natte vloer, wat schrok je! En toen moest je moeder weg want misschien was de baby in haar buik wel dood.
Op dat moment gebeurt het. De schrik van dat moment, ruim veertig jaar geleden, wordt geactiveerd. Joost raakt in een shock. Hij krijgt het heel warm, begint te huilen en is verward.
Na enige tijd is hij weer aanspreekbaar. “Wat gebeurt er?”
Het antwoord is nog niet aan hem besteed. Zijn hersenen functioneren nog niet zoals voor de shock.

Een week later
Joost is verbaasd wat er met hem gebeurd is. Alles is als een puzzel bij elkaar gekomen. Hij begrijpt nu ook waarom hij altijd vertrouwen heeft dat het uiteindelijk goed komt: zijn vader kwam hem halen en er was niks mis met zijn moeder en de baby.
Het meest verbaasd is Joost over het feit dat zich zo vrij voelt, opgelucht en rustig. Hij vindt het bizar dat de herbeleving van de eerste schrik dat veroorzaakt heeft.
Joost grinnikt oprecht als hij constateert dat ‘de training’ niet meer nodig is. Hij is nieuwsgierig naar alle effecten die hierna gaan komen.
Uit de tevreden berichtjes die ik krijg, lees ik dat zijn carrière de gewenste boost heeft gehad en dat hij niet meer grinnikt, onzeker is of schrikt van onvoorbereid met onbekende dingen geconfronteerd te worden. Anders gezegd: zijn kramp is definitief verdwenen.