Het gesprek
De manager begint: “Frederik, onze communicatie gaat de laatste tijd niet naar mijn zin. Ik voel me daar ongemakkelijk bij en ik ben bezorgd dat het werk er onder zal gaan lijden.
Ik wil daar graag nu met je over praten en ik ben er ook zenuwachtig van”. Frederik zegt niets. “Ik heb informatie en vertrouwen nodig en die krijg ik niet op de manier zoals ik die wil. Ik ga een aantal concrete situaties met je doornemen en dan per geval van jou
horen hoe jij dat beleefd hebt en wat we er mee kunnen. Is dat oké voor jou?” Frederik zegt nog steeds niets. Hij ziet een beetje bleek en heeft zijn handen gebald op zijn schoot.
Dan zegt de manager: “Ik ben zenuwachtig en dat wordt steeds erger. Kun je niet wat zeggen?”
Frederik: ”Ik ben eerlijk gezegd stomverbaasd. Jij bent altijd zo zeker van jezelf en weet altijd alles en nu ben je zenuwachtig. Ik dacht eigenlijk dat je niet geïnteresseerd bent in hoe ik de dingen zie.”
Nu is de manager verbaasd. Hoe kan dat nou, hij niet geïnteresseerd! Hij is toch verantwoordelijk, dus wil hij alles weten.
De opening is gemaakt en de ergste zenuwen verdwijnen. De heren maken nu oogcontact en dat geeft de manager wat vertrouwen. Hij gaat verder en vertelt dat hij zekerheid en veiligheid nodig heeft en dat hij die kan krijgen door specifieke informatie. Hoe hij die informatie wil hebben en niet krijgt.

Verschillende beelden
Frederik blijkt een totaal ander beeld te hebben. Vanuit zijn beleving is de manager totaal niet geïnteresseerd in wat en hoe hij doet. Hij wil alleen maar controleren en afstraffen. Frederik is zeer begaan met het werk en de mensen van zijn team. Hij is trots op het werk dat ze doen en de bijdrage die ze leveren aan het grote geheel. Hij geeft aan dat hij bang is dat er een dossier tegen hem opgebouwd wordt en dat hij zijn mensen wil beschermen. Hij is verbaasd en verrast door het verhaal van de manager, die op zijn beurt bijna verbijsterd is door het beeld dat Frederik van hem heeft.
Door steeds bij een concrete situatie te blijven en daarover feiten, ideeën en gevoelens uit te wisselen, wordt de stemming steeds meer ontspannen. Die ontspanning draagt bij aan het kunnen luisteren naar elkaar.

Afspraken
Frederik: “Toen we bezig waren met die brainstorm, kapte jij alles af wat ik zei. Weet je dat nog?” Manager: “Afkappen, hoezo? Ik zorgde ervoor dat andere ook aan de beurt kwamen.”
Frederik: “Ja maar, daardoor heb ik niet kunnen zeggen wat ik wilde. En daardoor denk ik dat we niet alles overwogen hebben.” Manager: “Hm, je vraagt je af of we wel echt alle kanten bekeken hebben en je hebt daar nog ideeën over.”
Frederik: “Inderdaad en de manier waarop jij de boel leidde, ergerde mij, want daardoor kon ik het niet zeggen.” Manager: “Dat was zeker niet mijn bedoeling want ik wil juist dat we zeker zijn dat we de juiste keuze maken. Oké, dan zullen we de volgende bijeenkomst checken of we echt alles gehad hebben en dan kun jij nog inbrengen wat je denkt dat mist. Oké?” Frederik: “Prima, dat vind ik een goede oplossing.”

Als na een uur de heren uit elkaar gaan, is het conflict uit de lucht. Frederik gaat opgelucht aan het werk nu hij de verzekering heeft gekregen dat er geen dossier tegen hem opgebouwd wordt. Hij heeft gezegd wat hij wilde zeggen over zijn team en hoe hij daar mee wil werken en heeft de bevestiging van de manager gekregen dat die het begrepen heeft.
De manager is gerustgesteld omdat er duidelijke afspraken gemaakt zijn over welke informatie wanneer en hoe aangeleverd wordt. Hij gelooft in de betrokkenheid van Frederik bij zijn afdeling en is nieuwsgierig om daar de resultaten van te zien in de informatie die hij daarover de komende tijd zal krijgen.

Conclusie
Beide heren weten dat als zij zorg en aandacht besteden aan hun communicatie, zij zonder conflicten kunnen functioneren. Beiden zijn verschillend van aard en gedrag en uiten zich verschillend. Zij zullen elkaar niet opzoeken voor sociaal contact. Echter vanuit respect voor elkaars kwaliteiten kunnen zij wel effectief samenwerken