Wat je vindt, breng je bij de politie. Of mag je het houden?

Je vindt bij voortduring van alles, de hele dag door. Eigenlijk is er heel weinig waar je niet iets van vindt. We zijn enorm getraind in het ogenblikkelijk analyseren van onze waarnemingen en ons daarover een mening vormen. Dat hebben we evolutionair zo ontwikkeld om risico’s te kunnen inschatten. Maar het is een beetje uit de hand gelopen.

Mening versus oordeel
Inmiddels wordt je niet meer achtervolgd of verslonden door wilde dieren. Je mening over je analyse heeft in de meeste gevallen geen waarde voor je welbevinden.

Een mening is hetzelfde als een oordeel. Het verschil is dat je bij een mening verantwoordelijkheid neemt en bij een oordeel niet.
‘Ik vind dat een slecht restaurant’ is een mening. ‘Dat is een slecht restaurant’, is een oordeel.
Inhoudelijk zeg je hetzelfde maar door het woordgebruik ‘ik vind’ blijft er ruimte voor een ander om er een andere mening, zienswijze of beleving op na te houden.

Een mening zegt iets over jezelf
Als je iets mooi vindt, zegt dat iets over jouw beleving van schoonheid. Zoals jouw mening iets zegt over jouw beleving van veiligheid, contact, creativiteit of zekerheid.
Gelukkig hebben we allemaal een andere beleving. Dat houdt de variatie en diversiteit erin.

De beleving komt voort uit je opvoeding: het gezin, de plaats, cultuur en religie spelen daarin een grote rol. Ook wat je leest, doet en meemaakt hebben invloed. Daardoor kan je mening veranderen.

Een vastzittende mening
Een mening die vaststaat, vastgeroest is, is gewoonlijk tot een oordeel verworden. Je bent gestopt met jezelf te bevragen, te twijfelen aan je eigen analyse of mening en je bent gaan geloven dat het de waarheid is wat je vindt. Je gelooft zelfs dat het De Waarheid is.

Vastgeroeste meningen zijn herkenbaar in het woordgebruik: hij/zij is…, het is…, jij bent …, of aan de manier waarop het oordeel wordt uitgesproken. Veelal met een nadrukkelijke intonatie, stemverheffing of herhaling. Ook is de lichaamstaal te herkennen als nadrukkelijk, imponerend zo niet intimiderend.

Het gevaar van een oordeel
Je hebt ruimte nodig om te bestaan en je moet gehoord en gezien worden om te kunnen groeien en bloeien. Oordelen nemen ruimte weg en maken andere belevingen en meningen onhoorbaar en onzichtbaar.
Oordelen polariseren, zetten zaken op scherp en liggen ten grondslag aan conflicten. Oordelen creëren angst, schuld en schaamte. Ze maken mensen klein en onmachtig.

Onuitgesproken oordelen zijn levensgevaarlijk. Het zijn scheermesjes die hele fijne sneden maken waardoor je vertrouwen, veiligheid, enthousiasme of inspiratie doodbloedt.
Dat geldt in nog grotere mate voor oordelen over jezelf. ‘Ik ben’ of ‘ik doe’ …, veelal gevolgd door ‘altijd’ of ‘nooit’.

Het voordeel van een oordeel
Oordelen zijn makkelijk te herkennen. En dus makkelijk aan te pakken.
Als iemand zegt: “Dat is een slecht restaurant.”, kun je eenvoudig zeggen: “Oh, jij vindt dat een slecht restaurant. Wat is je ervaring ermee?”
Je laat de ander in de waarde van zijn mening en toont belangstelling naar de achtergrond. In het gesprek dat volgt kunnen nuances aangebracht worden.
Of
“Mijn ervaring is anders. Ik heb daar een keer heel lekker gegeten.”
Je zet je eigen ervaring ernaast zonder strijd aan te gaan.

De beste keuze
Liever dan een mening of oordeel uit te spreken, kun je gebruik maken van je beleving of gevoel.
‘Ik ga graag naar dat restaurant.’ Desgewenst gevolgd door een toelichting: ‘Daar voel ik me op m’n gemak en het eten smaakt me heerlijk.’

‘Die nieuwe collega spreekt me aan. Komt enthousiast en integer op mij over.’
‘Het gedrag van die nieuwe collega boezemt me nog geen vertrouwen in. Ik heb nog wat tijd nodig.’

Communiceren is een kunst die geleerd kan worden.
Zowel individueel als in groepsverband bied ik graag professionele handvatten.