Dagboek Lesbos Vluchtelingenkamp

Mijn reis naar vluchtelingenkamp Kara Tepe

Kara Tepe Foto’s

 

Kara Tepe Dagboek

 

Dit dagboek beslaat de periode van voorbereiding, de reis en mijn verblijf op Lesbos vanaf 19 juni tot medio oktober 2016.

Zaterdag 19 juni – ik grijp de kans. Ik meld me aan om mee te gaan.
Dinsdag 27 juli – gelukt. Ik heb een menu-item op de website weten te krijgen.

Maandag 1 aug – het is nu echt vakantietijd, dus moet ik mijn geduld bewaren.
Woensdag 24 aug – de berichten over Turkije en Europa zijn steeds slechter.
Maandag 29 aug – lekker bezig geweest met de brief voor de crowdfunding.
Dinsdag 30 aug – ik weet nu welke vlucht het gaat worden. Deze week boeken.
– vandaag wil ik een mail de deur uit hebben voor de crowdfunding.
– joepie! de eerste 100,- euri’s zijn binnen!

Donderdag 1 sept – wat een heerlijke reacties op de nieuwsbrief. Zo warm en ondersteunend.
– een bijdrage van 500,- uit een groot hart en grote portemonnee.
Vrijdag 2 sept – het komt dichterbij. Niet alleen de datum van vertrek maar ook de realiteit van wat ik ga doen.
Gister vliegticket geboekt. Mijn reis zal onvergelijkbaar meer aangenaam verlopen dan die van de mensen waar ik naar toe ga. Alleen al die gedachte.

Stravos, de directeur van het kamp wil dat er gesproken wordt over het dorp en de gasten. De gasten zijn vooral hoger opgeleide Syriers, gezinnen, alleenstaande vrouwen en kinderen. Het contrast met het nabijgelegen kamp Moria is groot. Dat wordt gerund door het Griekse leger. Er zijn bijna alleen maar mannen en er zijn veel verschillende nationaliteiten. Er is voedsel tekort en er zijn regelmatig ongeregeldheden. Als er voedsel in Kara Tepe over is, brengen we het naar Moria. Het helpt niet om zelf niet te eten, maar de eetlust vergaat me wel.

De grote tent die bedoeld was om spelletjes met de kinderen te doen of een dansavond te hebben met de vrouwen, is helemaal vol met 200 nieuw gekomen gasten. Elke dag komen er weer bootjes met 80 – 100 mensen. Tegen de tijd dat wij er zijn is het aantal gasten waarschijnlijk verdubbeld. Dat betekent dat er ook meer geld moet komen om alle mensen eten te kunnen geven.

De sanitaire voorzieningen zijn goed. Het dorp is heel schoon. Maar met zo’n enorme toename van gebruikers is de vraag hoe dat blijft. Op een eiland een eindje verderop is cholera en tyfus uitgebroken. Dus dat wordt uitzoeken of ik inentingen nodig heb.

Zaterdag 3 sept – de € 5,- komt uit een groot warm hart en is net zo welkom als elk ander bedrag. Per slot zijn er 5 mensen die er een maaltijd van krijgen!

– onbewust had ik toch een verwachting. Er hebben nu 42 mensen meegedaan. Dat is veel minder dan ik gedacht had. De actie is natuurlijk nog geen 4 dagen oud, dus ik ben weer ongeduldig.
– ik zal Marc vragen of er een mogelijkheid kan komen om vragen te stellen/beantwoorden. Kunnen we communiceren.
– ik ben op zoek naar diegene die PWAD als afzender op de bankrekening heeft. Die wil ik graag ook persoonlijk bedanken. Wil je een mailtje sturen? Dank.

Zondag 4 sept – leuk, een plattegrond van het dorp. Het dorp is 4 voetbalvelden groot. En daar wonen dus tenminste 1200 mensen. Ik ben benieuwd hoeveel het er over drie weken zijn.

Maandag 5 sept – cool, mijn tandarts heeft 2 dozen onderzoekshandschoenen gedoneerd. Genoeg voor ons en het volgende team. We dragen ze als we met het eten bezig zijn.

Woensdag 7 sept – mijn eerste doel is gehaald! Hoera! 🙂  Ik ben ontzettend blij met de reacties die bij de donaties zitten. Zoveel herkenning, support en verlangen naar bijdragen. Niet iedereen kan gaan, niet iedereen kan financieel bijdragen. Niet iedereen wil financieel bijdragen aan mijn project omdat ze al aan een ander doel bijdragen. Maar met z’n allen maken we een statement: we laten andere mensen niet in de steek. We geven om mensen, ook als we ze niet kennen. Alle mensen zijn gelijkwaardig en behoren voeding, veiligheid en respect te krijgen.

Zondag 10 sept – een kind maakt voor z’n vader’s verjaardag een mooi beplakt potje. Dat is leuk om met de kinderen in Kara Tepe te doen, denk ik! Ja, ja…. het papier kost één euro per velletje en dan nog lijm en vernis. Dat is voor de kinderen daar dus een nooit te halen doel. Als ik het meeneem kunnen ze het één keer doen. Ik moet dingen verzinnen die ze ook na ons vertrek kunnen blijven doen. Wie heeft er ideeën?

Mijn hart breekt als ik denk aan die kinderen. Er zijn er zo’n 400. Als er spelletjes gedaan worden, komen er 30. De anderen zijn te getraumatiseerd en worden door de ouders in de tent gehouden. Pffff nul toekomst en nul trauma ondersteuning.

Maandag 12 sept – het komt nu toch echt dichtbij. Ik ga morgen bloed laten prikken om zeker te weten dat ik gezond op reis ga. Ik pieker me suf wat je kunt doen met de kinderen. Op het journaal schreven ze in scheerschuim. gaaf idee. Ik bedacht dat het misschien leuk is om bloemetjes te maken van crêpepapier en die aan een snoer te rijgen. Die kunnen de kinderen dan uitdelen aan de kinderen die in hun tent blijven. Zorg en delen maakt aan twee kanten blij.

Soms begin ik nu al bijna te huilen als ik denk aan hoe het voor die mensen moet zijn. Samen huilen is ook fijn.

Maandag 19 sept – er is een chronisch tekort aan maandverband voor de vrouwen. Brr, zo basaal en zo onmisbaar. Een deel van het geld wordt dus daarin gestoken. Ook luiers zijn er onvoldoende. Zou je zeggen dat die vervangen kunnen worden door katoenen. Tuurlijk, maar die moeten uitgekookt worden en gewassen. Zeker geen vanzelfsprekendheid in die omstandigheden. Zo ingewikkeld om je voor te stellen dat zoveel dingen die wij als zo vanzelfsprekend aannemen, daar niet kunnen. Zelfs niet als je het zou willen.

Dinsdag 20 sept – onvoorstelbaar wat er gister gebeurd is in Moria. De wanhoop en uitzichtloosheid, het ruimtegebrek, het voedseltekort, alle opgekropte angst en machteloosheid…… alles is geëxplodeerd. Gewonden, nog meer angst, nog meer beperkingen. Pfff, het Kara Tepe-team dat er nu is, is ook gaan helpen. Wij zullen dat waarschijnlijk ook gaan doen. In elk geval zo veel mogelijk steun die we kunnen geven, in welke vorm dan ook.

En dan zijn er mensen die zeggen dat het criminelen zijn, dat het hun verdiende loon is. Hoe kunnen we met z’n allen menselijk blijven? Blijven zien, horen, voelen dat het om mensen gaat. Mensen die onder onmenselijke omstandigheden moeten zien te overleven. Soms heb ik plaatsvervangende schaamte door dat soort gedachten en uitspraken van anderen.
Ik krijg nog meer zin om, als ik weer terug ben, te delen met mensen, te vertellen, vragen te beantwoorden en te luisteren naar de angst-verhalen van Nederlanders.

Zaterdag 24 sept – we zitten in een bungalow aan de kust van een baai. Nu met 4 mensen, vanavond 5 en morgen halen we het 6e reamlid op. Gisteravond kwamen we met 100 kilo tenten aan op t vliegveld. Team 49 stons ons op te wachten met het busje. In onze huurauto er achter aan gereden naar de opslag. Van daaruit gaan de tenten naar Moria, het kamp dat goeddeels plat ligt door brand. Veel vluchtelingen bibakkeren nu in het berggebied erom heen. Zonder iets. De nachten zijn koud, heb ik ervaren. Met alleen een laken ben ik een paar keer wakker geworden van de kou. Ik heb een deken in de kast gevonden. Deze mensen …….

Wat rondgereden over het eiland. De weg die de vluchtelingen moesten lopen nadat ze aan land waren gekomen. Zo’n 70 km door berglandschap. Pffff en dat na zo’n overlevingstocht op zee. We wilden naar de plek waar ze aan land gekomen waren. Die plek is recent ontruimd van de zwemvesten.

De Grieken zijn er helemaal klaar mee. Hun toerisme ligt grotendeels op z’n gat. We hebben genoten van zon, water en een Griekse maaltijd. Visje gevangen door de baas van het tentje en voor onze neus in het zeewater schoon gemaakt en ontdaan van ingewanden. Het smaakte goddelijk. Een dagje met elkaar is goeie teambuilding.

De vlaggen bij het appartement staan symbool: Griekenland wordt aangevreten en verdwijnt. De Europese Unie rafelt uiteen en laat z’n ware gezicht zien. De mensonwaardige manier waarop we met mensen omgaan verbijstert me. Was het alleen maar hier.

Morgen ochtend om half zeven op. Kennismaking met Kara Tepe. Samen met de teamcaptain, Marina, meelopen met team 49. Dus nu slapen.

Zondag 25 sept – kennismaking met Kara Tepe
Aan de oppervlakte lijkt het goed. Goede tenten, verharde wegen, toiletruimtes, een post van artsen zonder grenzen, een kiosk waar producten lichamelijke verzorging te krijgen zijn. De meeste mensen zijn vriendelijk en goedlachs. Maar de ogen vertellen wat anders en het gedrag van de kinderen ook. Ze zijn agressief en heel hard. De gevechten zijn op leven en dood.

De filmpjes vertellen veel. Genoeg voor vandaag.

Maandag 26 sept – de eerste officiele dag. Team 49 vertrekt na het gezamenlijk uitdelen van het ontbijt. Moeilijk met 2 reams in verschillende fase. Het ene vertrekt met pijn in het hart vol met emotie van een volle week. Wij met de emoties van de eerste indrukken en onzeker over bijna alles. Wat doe je en hoe doe je het. Niet het daadwerkelijke werk, maar de mensen, de kinderen….alle emoties.
Een meisje van een jaar of 6, die ik gister al gezien had, komt naar me toe. Ze wijst op de tekening van de boot. Ze vertelt, in geloof ik farsi, iets. Ik glimlach maar begrijp geen woord. Ik doe mijn best haar ogen te lezen. Ze pakt mijn hand en brengt me dicht bij de tekening. Dan hoor ik iets dat lijkt op mama. Ze maakt bewegingen die lijken op golven. Golven die over haar moeder heen gaan. Dan pakt ze weer mijn hand en neemt me mee naar de plek war je net een stuk zee kan zien. Ze wijst en zegt weer mama. Ze strekt haar armpjes uit. Ik til haar op en ze klemt zich aan me vast. Ik houd haar entijdje dicht tegen me aan.

Net buiten het ‘Dorp’ zijn wat eetkarretjes waar we lunchen. Dat zijn
Grieken die proberen wat bij te verdienen. Dat is lastig. Wat ngo-mensen en wat ‘gasten’ die weinig te verteren hebben. Ikheb een vriend gemaakt. Hij maakt heerlijke wraps. Sommige gasten koemn hier hun mob tel opladen. Sommigen zijn uit Moria, het kamp waar de brand geweest is. Veel mensen zijn gevlucht en slapen in de open lucht in de heuvels in de omgeving.

Alle mensen zijn het eens over Moria. Het is hel. Teveel mensen, teweinig ruimte, voeding, water, sanitair, zorg. Er mogen geen ngo’s naar binnen. Zoals ik in het filmpje zei, strenge bewaking binnen door leger en buiten door politie. Geen foto’s, geen vragen. De pers vertelt een ander verhaal dan de werkelijkheid.

Na de lunch doen we spelletjes met de kinderen. We gaan in twee teams naar verschillende wijken.
De Syrische kinderen komen nauwelijks uit hun tent. We gaan de wijk in om ze te halen en spelen in de wijk. Bas en ik gaan gaan tekenen. Ik ga zitten aan de ‘picknicktafel’ in de schaduw. Bas gaat de wijk in. Al snel zijn er 3 kinderen. Ik geef ze een blad papier en een stift. Leuk, ze gaan wat tekenen. Het zijn kindjes van 4-5 jaar. Er komt een moeder met een kindje. Het huilt en wil niet. Er komen wat meer kinderen. Het wordt lastig. De wind blaast de blaadjes weg, ze trekken de pennen uit elkaars handjes. Ze gillen. Bas en ik hebben onze handen vol. Het ene kind bijt het andere. Een hummeltje van 2(?) huilt. Ik neem haar op schoot. Ze wordt stil. Haar zusje wil ook op schoot. Dan komt een moeder met 2 jongetjes. Ze hebben hele grote ogen met hele lange wimpers. De ogen zijn leeg. Ze spreken niet, lachen niet en hebbeb geen enkele gezichtsuitdrukking. Ze krassen wat. Ikaai voorzichtig over hun hand. Geen reactie. Ze zitten daar een half uur. Af en toe maak ik contact. Geen enkele reactie. Er komt een jongetje met grote angstogen. Na een tijdje en veel pogingen komt er een beetje licht in zijn ogen en een vaag glimlachje. Ikwil hem morgen graag op de foto zetten. Het ene broertje is ineens verdwenen. Als we opruimen zit het andere broertje nog onbewegelijk met lege ogen. Ik praat tegen hem en aai over zn arm. Dan pak ik hem voorzichtig op. Ik aai over zijn hoofdje en zeg dat we morgen terugkomen en glimlach. Geen reactie. Ik kan het niet laten en geef hem een zacht kusje. Geen reactie.

We gaan boodschappen doen en open leuke dingen om morgen met de kindjes te doen. We overwegen wat we kunnen doen met de vrouwen, de tiener jongens, wat kun je structureel opzetten. Er is een luizenprogramma gestart wat we morgen voort gaan zetten. We willen wol uitdelen. We hebben 100 knotten….. Een deel van de vrouwen heft al gekregen. Nooit de een wel, de ander niet. Alles doen om geen onderscheid te maken, voorkomen dat er jaloezie en ruzie ontstaat.

We tollen en willen op een lijn blijven: met de stichting namens wie we er zijn, met elkaar, met onszelf, met de gasten, de kinderen. Pfffffffffffff
Gelukkig is er morgen weer een dag.

Dinsdag 27 sept. Onze echte eerste dag. Het gaat als vanzelf. We hebben de taken een beetje verdeeld en organisch ontstaat een prima samenwerking. Ook met de mannen die ons helpen. Of eigenlijk helpen wij hen. Ze zijn zelf bewoner en kennen alle andere bewoners. Bas en ik lopen mee met Vishnu uit Nepal en Mustafa uit Afghanistan.
Morgen maak ik een filmpje over het eten uitdelen. Al wel wat fotos.

Woensdag 28 sept. – helaas is Bas ziek. Hij is mijn wijk maatje en de enige man in het team. Mannen worden duidelijk anders benaderd dan vrouwen door een deel van de helpers. Dat vind ik best lastig. Vishnu is de wijkhelper uit Nepal. De meeste anderen komen uit Afghanistan. Wat een heerlijke mensen – open, hartelijk, integer. We zijn maar met drie en hebben de grootste wijk, eigenlijk 2 wijken. Iedereen krijgt een banaan, 3 stukjes brood en een bakje met vandaag een plakje kaas, een augurk en een cupje chocopasta. Genant, daar kan een volwassene niet op teren. Ze hebben honger, zelfs de meeste kinderen. Gister was er onvoldoende brood. Vandaag weer. Ik snap het niet en huil van boosheid. Het doet pijn om mensen in de ogen te kijken, hun honger te zien en zo’n lullig bakje af te geven zonder brood.

Bij het ritueel is het al zo pijnlijk. We hebben de bakjes klaar gemaakt en de helpers weten dus wat ze krijgen. Als het waxinelichtje is aangestoken zeg ik iets over licht in ons hart en licht in de wereld. Niemand heeft een wens of wil die uitspreken. Ik zeg dat ik hoop dat de hoge bezoeker (minister uit Dubai) het licht zal brengen. “Pfff de paus is geweest en die zei dat hij er wat aan zou doen en dat is ook niet gebeurd.” Met tranen in bijna iedereen z’n ogen gaan we voor het licht van hoop en volhouden. De dag begint slecht.

Bij de luch zit een oude man. Waarschijnlijk uit Kara Tepe of Moria. Wij bestellen onze Griekse wrap. Hij kijkt me aan en maakt een gebaar van eten en kijkt me smekend aan. Gvd, ik kan er niet tegen. Hij krijgt ook een wrap en de koejes van de koffie….voor de familie maakt hij duidelijk. Wat is dit toch voor bizarre wereld.

Stravos (de directeur van Kara Tepe) laat de hoge gasten uit. Daarna maakt hij een praatje met ons. Wat een integer, waarlijk en inspirerend mens. Morgen ga ik hem interviewen……spannend.

Het spelen met de kinderen is een totale mislukking. Niets voorbereid en in m’n eentje ondoenlijk. Bah.
We gaan wol rondbrengen. Dat geeft wat contact en voldoening. Zie ook de beelden.

Morgen wordt het weer warmer. Het waait steeds stevig en de hoeveelheid stof is vreselijk. Alles staat er stijf van. Wij kunnen douchen met warm water. Dat hebben zij niet. Het blijft allemaal dubbel en moeilijk. Met een ouzo lachen we gedoe weg.
Morgen weer een dag.

Vrijdag 30 september  – Vandaag is een verdrietige dag. 60 Syrische mensen hebben het kamp verlaten. Ze mogen naar Athene met officiele papieren. Het is dubbel. De kampen in Athene zijn slecht. Het is wel een mentale opkikker. ‘Ze zijn verder, dichter bij vrijheid en een nieuw leven.’ Maar soms komen ze terug omdat ze niet verder kunnen.

Vandaag ontsteken we het wereldvrede lichtje voor diegenen van het ontbijtteam die zich gesneden hebben en door hun rug gegaan zijn. En ook voor alle zieken en gewonden in het kamp. En ook voor alle niet zichtbare wonden van iedereen van wie we houden en die van onszelf. Ik zie veel tranen in veel ogen.

Een 70 jarige man zit heel verdrietig te huilen. Hij wil naar huis, naar Syrie. Hij heeft heimwee.
Een vrouw zit aan een buitentafel. Overal liggen bakjes en rijst. Ze is heel verdriet,ig. Helaas komen we niet meer te weten dan dat er ‘problem’ is.

Met nieuwe helpers is het ontbijt rondbrengen een feest. Eentje heeft een muziekje meegenomen. De ene wil Nederlands leren, de ander Engels. We oefenen met de nummers op de huisjes en de aantallen maaltijd. In het laatste huisje van onze wijk woont een echtpaar met 2 kinderen. Hij spreekt wat Nederlands. Hij klaagt dat zij altijd als laatste brood krijgen. Altijd te weinig en altijd oud. Gelukkig hebben we wat extra brood bij de Little gekocht omdat er elke dag een tekort is. (Ik snap er niets van. Lastig met de locale bakkers???) Ze krijgen 2 extra bruine verse boterhammen (van dat vierkante fabrieksbrood). Morgen gaan we als eerste bij hen langs.

Onze opslag/keuken is naast de Artsen zonder grenzen post. Daar is vaak een jongue vrouw die zowel fysiek als psychisch niet in orde is. Iedereen is lief voor haar. Vandaag is ze totaal over de rooie. Ze gilt en schreeuwt en vecht als een leeuwin. Een van de artsen houdt haar tegen en probeert contact met haar te krijgen. Diverse moeders met kindjes staan in de buurt. Een meiske van een jaar of zes staat versteend met grote ogen het geheel aan te zien. Ik ga bij haar staan en druk haar tegen me aan en zeg dat het ok is. De arts krijgt de jonge vrouw uiteindelijk mee. Ik kijk het meisje aan en vraag of het goed met haar gaat en zeg dat ze naar huis moet gaan.

De nacht is koud geweest. Om 6.30 uur was het 12 graden. Iedereen heeft het koud en klaagt. Iedereen heeft 2 sets kleding. Niet genoeg. Vooral de kinderen hebben te lijden.    ‘ smiddags krijgt iedereen 2 extra dekens. Dat zal voorlopig wat helpen maar het is niet genoeg voor de winter.

Stel je voor: geen warm water om je te wassen, je haar te wassen, je kleding, scheren…… Geen verwarming. En dat misschien nog wel een jaar….twee jaar…..vijf jaar…. de rest van je leven……

Zaterdag 1 oktober – de wijk begint vertrouwd te raken. De bewoners herkennen mij en ik de bewoners. Eerst waren het alleen de kinderen, nu ook de ouders. Met sommigen is er een band. De ogen communiceren en de lach bevestigt. Van twee vrouwen krijg ik inmiddels een warme kus.

De huisjes zijn klik-containers, ontworpen door ikea. Praktisch, snel opgezet maar van een soort karton. Dus gehorig en warm gedurende dag en koud tijdens de nacht. Op de vloer licht een soort zwarte plastic afdeklaag. Ze hebben een matras en nu 3 dekens pp. Sommige families zitten met 12 mensen in zo’n huisje. Ik heb 2 volwassen mannen op een matrs zien liggen, een baby in een winkelmandje. Ze hebben niets.

Ze plukken olijven en willen die prepareren. Daarvoor hebben ze bakken of emmers nodig. Die hebben ze niet. Wij nemen onze yoghurt emmertjes mee. En ook de grote plastic flessen van de augurken zijn zeer geliefd. Stel je voor: we hebben 3 van die flessen per week en er zijn 200 huisjes.
De vraag is steeds waar is de individuele nood zo hoog dat je de regel kunt overtreden dat iedereen gelijk behandeld moet worden.

Het is feest. Met alleen muziek wordt er door de kinderen en de mannen van 9 – 11 fanatiek en aan een stuk door gedanst. De ouderen en vrouwen zitten rondom te kijken, te kletsen en mee te klappen. De arabische en afghanse muziek wisselt elkaar af. Iedereen kijkt vrolijk. De vrijwilligers dansen met de kinderen die volop genieten.
Als de muziek stopt, is iedereen in no time weg.

Toen ze aankwamen hebben ze 2 set kleren gekregen. Dat waren dus zomerkleren. Binnenkort start de inzameling voor winterkleding. Dan krijgt iedereen dus 2e handskleding. Soms te groot, soms te klein. Maar in elk geval warm, warmer dan de shirtjes die ze nu hebben.

Zondag 2 oktober – we hebben een pak rietjes gevonden. We knippen ze in grotere en kleinere stukjes en met een draadje worden het een armbandje of ketting. Nog wat glitterdingetjes met gaatjes erin en het is zomaar leuk. De glittertjes zijn populair. Het is een hele toer om iedereen aan het werk te hebben en te houden, helpende hand te bieden, ruzies te sussen, de kleinsten te beschermen en overal bewonderend ‘beautiful’ op te roepen en enthousiast te kijken. En het is zo bevredigend omdat soms een kindje zo lekker bezig is, een jongetje ineens ‘thank you’ zegt en blije en trotse gezichtjes als ze hun werk laten zien.

We hebben een stuk touw meegenomen en rijgen de tekeningen eraan. We spannen het touw over het pad. Het is een flink stuk en alle tekeningen wapperen vrolijk. Het staat gezellig. Super balen dat mijn telefoon een update niet heeft gehaald. Hij is zwart en doet niks meer.
Een paar uur later liggen de tekeningen op de grond en is het touw verdwenen. Iemand is er nu heel gelukkig mee. Alles, maar dan ook echt alles is hier waardevol. Hoe gauw vergeet ik dat.

Maandag 3 oktober – het nieuwe team is gearriveerd. Wij ‘werken ze in’, alhoewel al drie teamleden voor zonsopgang vertrokken zijn.
Het kaarsje branden is moeilijk. Ik heb gekozen voor het vlammetje dat soms bijna uitgedoofd is: hoop. Ergens breekt mijn stem even, maar het is belangrijk om het vlammetje brandend te houden. Alle helpers krijgen een waxinelichtje. Er zijn veel tranen. Van het nieuwe team komt iemand zeggen hoe het hem geraakt heeft en dat hij wel elke ochtend mee had willen maken.

Een gezellig man loopt de wijk met ons mee. Meteen contact, soepele samenwerking. Heerlijk. Ook een vrouw die er al eerder was. Ze weet nog wat getallen in het Arabisch. Ik trek me wat terug, het is afscheid nemen en het doet pijn.
De kinderen krijgen een extra knuffel, maar zeggen dat je weggaat heeft geen zin. Ze zijn gewend aan komen en gaan. Naast al hun andere problemen krijgt een aantal vast ook nog hechtingsproblemen. Bah, het is lastig.

Ik ga afscheid nemen van de vrouw van een van de helpers. Zij is een prachtige Afghaanse. Ik zit met haar en een vertaalster in haar hutje. De matrassen liggen in een hoek en we zitten op een kleedje. Ze bied me wat fruit aan. Ik weiger. Het zijn de bananen die ’s morgens uitgedeeld zijn. Ik weet dat ik onbeleefd ben maar ik kan hun fruit niet opeten. Ik hoop dat ze het begrijpt.

Ze heeft 7 jaar binnen gezeten – mocht er niet uit van de Taliban. Anders zou ze doodgeschoten worden. Pfff, 7 jaar! Gelukkig had ze daar haar eigen huis en spullen. Ik vraag of ze haar hoofddoek af zou willen. Onmogelijk, is het antwoord. Dat beslist haar man en broer. De druk van de gemeenschap in het kamp is groot, net zoals thuis. Maar beide vrouwen zeggen dat ze minderwaardig zijn en dat ze wel zonder hoofddoek willen. Geen thema om zo maar even aan te snijden.
Ze heeft een armbandje voor me gevlochten. Gelukkig heb ik oorbelletjes bij me die ik haar geef. Ze huilt en is verdrietig dat er weer een vriendin weggaat. Ik weet niets te zeggen.

Het afscheid van mijn Griekse vriend van de lunchplek is ook al verdrietig. Carolien (van de organisatie) brengt Mary en mij naar Mitiline. We gaan eerst naar de plek waar alle boten zijn aangekomen. Ze vertelt haar ervaringen. Vlakbij, in de ruïnes van het kasteel, slapen nu vluchtelingen in de openlucht die na de brand in Moria niet terug het kamp in durven.

Mary en ik gaan aan de haven zitten en bestellen wat wijn. Zwijgend verwerken we de laatste indrukken. Grote scholen vis happen aan de oppervlakte. Bij mij wil het eten er niet echt in. Ik word steeds misselijker. In het vliegtuig gebruik ik voor het eerst van mijn leven de kots zakjes.
We overnachten in Athene bij een weer bijzonder vriendelijke, behulpzame en hartelijke Griek. Ik heb nu de ipad bij me en kan wat foto’s maken. Het bagageliftje, zelf bedacht en gemaakt, is dat zeker waard.
Dan vliegen we terug naar Amsterdam. Het zal heel lang duren voor ik écht geland ben.

 

 

 

Kara Tepe Video’s

 

4 Reacties

  1. Marc Streefland

    Ontzettend leuk dat je een dagboek bij gaat houden Inga.
    Kijk uit naar al je verhalen en ervaringen.
    Succes met het bijhouden!

    Groetjes en sterkte voor iedereen daar!

    Marc Streefland

    Antwoord
    • Inga

      TOP Marc, dat je deze mogelijkheid gecreëerd hebt! Hartstikke bedankt. Nu kan het gaan leven.

      Antwoord
  2. jeannette

    Super wat jullie de mensen kunnen brengen, misschien wel klein of weinig, dat je er bent is al een lichtje in de duisternis. Goed zo. Ben benieuwd naar het interview met de directeur. Succes dikke knuffel

    Antwoord
  3. Mirjam Smeets

    Dankjewel voor je dagboek
    Zo intens.
    Zo verdrietig.
    Het voelt even weer heel dichtbij.
    Ik was er ook in augustus
    Schud me even weer wakker.

    Op FB komt ook veel langs over vluchtelingen.
    Doneren gaat nu heel makkelijk.
    Ik bedoel ik geef meer dan eerder
    Wij hebben het goed.
    Zij mogen er ook wat van hebben.
    Warme kleding vooral.

    Lieve groet
    Succes en sterkte met je acties
    Ik steek n lichtje aan.
    Een lichtje van liefde en hoop
    Mirjam Smeets

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *