Een leuk appje gestuurd en nul reactie. Gebeld en een korte, heldere boodschap ingesproken:
geen reactie.

Het gaat een tijd goed, dan begint de irritatie: wat is er toch met mensen aan de hand? Je
kunt toch gewoon fatsoenlijk reageren?

Dan gebeurt er iets dat hier helemaal niets mee te maken heeft. Ik moet bellen met de verzekeringsmaatschappij en krijg iemand aan de lijn die communiceert op een manier die ik als ongepast en ongemanierd ervaar.
Mijn al aanwezige irritatie over andere mensen stijgt enorm. Het gaat over in boosheid. Ik hoor dat het volume van mijn stem omhoog gaat. Gelukkig word ik met iemand anders doorverbonden die wel fatsoenlijk reageert. Mijn volume zakt maar de boosheid blijft.

Mijn vraag zal uitgezocht worden en ik zal teruggebeld worden. Ja, ja. Nou dat zal wel weer niet gebeuren, denk ik vanuit ervaring. Mijn boosheid krijgt nu een zuur randje.

Die zuurgraad wakkert mijn daadkracht aan. Als ze het niet begrijpen, dan zal ik het ze duidelijk maken, hoor ik een venijnige stem in mijn hoofd. Vaag weet ik dat ik in mijn pijn zit van niet gehoord en niet gezien zijn. Maar ik heb even geen zin om mijn verantwoordelijkheid te nemen en zelfonderzoek te doen. Van mij afslaan voelt nu beter.

Ik pak de telefoon en stuur een appje naar de dierbare vriend die veelal niet reageert. “Gezellig dat je reageert. (duimpje) net of we contact hebben (breed lachend)”

Als ik het verstuurd heb, voel ik mijn boosheid wegglijden. Mijn actie heeft de pijn verminderd en ik voel me weer meer bij machte. Het was wel een beetje over de top, denk ik. Maar onze vriendschap kan dat hebben, het is toch niet gek dat ik een reactie verwacht? Een relatie stoelt toch op verbinding?

Er komt een reactie: ….
Oeps, dat is niet goed. Ik begrijp dat mijn boodschap echt verkeerd is aangekomen. Dat betekent waarschijnlijk pijn, boosheid, verwarring en gedoe bij de ander.
Het is avond en ik kan niet meer bellen. Dat is wel nodig en ook het enige dat ik wil.

De volgende dag bel ik. De stem die ik hoor is stroef. Mijn stem ook, want ik wil niet het kaas van mijn brood laten eten.
“Wat gebeurde er bij onze laatste app-uitwisseling?”, open ik zo breed mogelijk.
“Nou, wat jij schreef was niet echt fijn. Dat heeft me echt geraakt. Ik was er even helemaal klaar mee.” Ik hoor zijn pijn en frustratie. Natuurlijk wil ik meteen de mijne er naast zetten.
“Ja, dat snap ik, maar jij snapt toch ook wel dat ik graag een reactie wilde?” Ik weet dat mijn toenadering te mager is. Ik kom niet echt achter mijn verdediging vandaan. Ik durf nog niet.

“Je weet toch dat ik niet van de small talk ben en alleen app als het nodig is?”
“Ja, en dat is ook ok. Je hoeft niet altijd te antwoorden. Maar soms is het toch nodig om wel te reageren?”

Ik weet dat vragen stellen helpt om het gesprek gaande te houden. Daardoor dwing ik mijzelf en de ander om te luisteren en nieuwsgierig te worden. Het werkt ook dit keer weer. Geleidelijk wordt de klank van onze stemmen zachter, lukt het beter elkaar te verstaan.

“Ik ben aan het onderzoeken waarom het me zo raakte. Je bent natuurlijk niet de eerste die zoiets zegt. Ik heb er al eens een vriendschap door verloren. Maar ik kan mijzelf niet veranderen. Ik heb echt mijn best gedaan, maar zo zit ik niet in elkaar.”

“Je hoeft ook niet te veranderen van mij. Het is ok zoals je bent. Ik wil wel graag dat je hoort wat het voor mij betekent. Wat het met mij doet.”

Na nog wat heen en weer kunnen we constateren dat de lucht geklaard is. Het was even moeilijk en pijnlijk voor beiden, maar we hebben elkaar en onszelf beter leren kennen en het vertrouwen in elkaar en de vriendschap verstevigd.