Op een gegeven moment kom je in de fase dat alle vrienden trouwen, dan krijgt iedereen gezinsuitbreiding en dan komt onvermijdelijk de fase dat er het verdriet en de pijn aankomt van ouders die overlijden. We komen allemaal vanzelf aan de beurt.

De laatste levensperiode, het daadwerkelijke sterven en de begrafenis kan een mooi proces zijn. In elk geval zijn alle dierbaren om je heen tot steun en troost.

Maar dan komt de pijnlijke fase. Het leeghalen van de ouderlijke woning.

Ik word bedolven onder de herinneringen. Alles wat ik beetpak is een herinnering. Dingen waarvan ik het bestaan niet meer wist. Spullen uit mijn kindertijd.

De sluizen staan open. Van alles moet ik huilen. Alles is dierbaar. Niks mag weg.
Ik geef mezelf de ruimte om een paar dagen te huilen. Niks weg te doen. Alleen maar verplaatsen.

Dankbaar ben ik dat de sfeer onderling goed is. Ik weet van vrienden waar dat niet zo is. Wat een narigheid als je in al je verdriet ook nog moet vechten.

Maar bij mezelf merk ik ook een hele lichte strijd. Er zijn dingen die echt niet naar een ander mogen. Die moet ik echt hebben. Van jongs af aan had ik daar al iets mee en de anderen niet.

Voorlopig is het nog een kwetsbaar proces. Alle dierbare dingen die niet weg gaan laten we staan. Er vallen gaten in de kasten doordat de spullen die wel weggaan in de voorkamer komen te staan. Daar wordt het vol.

Beslissen wat we met die spullen doen. Weggeven? Verkopen? Aan wie? Waarom?
Nog niet zo eenvoudig. Daar zitten we verschillend in.
“Naar de kringloop, dan zijn we er van af en iemand anders is er blij mee”.
“Op marktplaats zetten, dan krijgen we er nog wat voor. Dan is er ook iemand anders blij mee.”
“We geven het aan iemand die er wat aan heeft. Er zijn zat mensen die deze dingen hard nodig hebben. Bijvoorbeeld de statushouders.”
“We geven het aan een goed doel. Dan hebben die geld en kunnen daar goede dingen mee doen.”

Ik voel me ongemakkelijk. Al die spullen die met zorg uitgekozen en gekocht zijn en met liefde gebruikt, zijn nu verworden tot nutteloze weggooi dingen. Ik mag niet zeuren van mezelf over een strijkijzer of een wasmachine. Hoe kan daar nou een soort emotionele waarde aan zitten?

Voel ik me schuldig? Schuldig dat ik zelf alles heb. Dat mijn ouders er voor hebben moeten sparen? Ik herinner me nog de eerste wasmachine die de keuken regelmatig overspoelde met sop en mijn wanhopige moeder. Brrr dan kon je je maar beter gedeisd houden. God wat is dat lang geleden en wat is er veel gebeurd. De herinneringen golven over me heen. Ze zijn zo levendig, dat het wel gister lijkt.

Het wordt nog veel lastiger voor me als ik de berg spullen op de stoep zie liggen die naar de vuilstort gaan. Mijn hemel….. een heel leven. En het is niet eens allemaal kapot of onbruikbaar. Het is gewoon teveel. Veel te veel.
Hoeveel spullen kan een mens hebben? Ik moet hoog nodig bij mezelf gaan opruimen.
Ineens zijn er toch minder spullen die ik wil hebben. Dat vaasje is wel heel dierbaar maar hoeveel vazen heb ik eigenlijk al? Dan moet ik minstens één vaas wegdoen, bedenk ik me.

Boeken, cd’s, tafelkleden, foto’s, die snoezige eierdopjes. Het gaat maar door. Nu zijn er twee huizen waar dozen staan. Ik raak uitgeput. Zoveel keuzes, zoveel beslissingen. Even zoveel afstemmen, rekening houden met. Geven en nemen, loslaten en accepteren.

Het lijkt wel alsof dit hele proces helpt om ook de dood te accepteren.
Dan vind ik het boek dat mijn moeder als kind kreeg. Wat zij mij voorgelezen heeft en wat zo dierbaar is: De wortelkindertjes.

Ja, zo is het: de seizoenen komen en gaan, net zoals alles in het leven.

In het reine komen met levenszaken? Hoef je niet alleen te doen.